Bartering in de media

De kansen van alternatief geld Uitgave 2000-02  bizz20002. Joost Bijlsma 

(het zakenblad van Elsevier bedrijfsinformatie B.V.).

Sinds 2018 is TradeXchange eigenaar van bartering.nl

Ruilen mag weer

Ruilhandel is terug van weggeweest. Steeds vaker vermijden ondernemers onderling het gebruik van het ruilmiddel geld. Alternatieve circuits waar diensten en goederen worden ‘gebarterd’, breiden zich uit als olievlekken. Internet dient daarbij als smeerolie. In besloten kring met gesloten portemonnee zaken doen, kan interessant zijn voor u.

Een drukker drukt reclamefolders in ruil voor een gratis personeelsreisje naar een pretpark. Een hotelier ruilt lege kamers voor mineraal water en portiersdiensten. Een kunstenaar levert een kunstwerk en laat zich uitbetalen in tubes verf, lijsten en kerstpakketten. Een advocatenkantoor stelt een contract op voor een ICT-bedrijf en krijgt software terug. Zulke ruiltransacties zijn tegenwoordig geen uitzondering meer. Een fors aantal ondernemers drijft handel op deze ‘ouderwetse’ wijze. Dat is vreemd. Geld had het uitwisselen van goederen en diensten toch overbodig gemaakt? “Nee”, zult u wellicht tegenwerpen. Ruilhandel steekt immers steeds de kop op als geld onbetrouwbaar wordt, zoals kortgeleden in Rusland. Na de hyperinflatie van de roebel werd ruilen voor de meeste burgers weer bittere noodzaak. En inderdaad: zodra een munteenheid wankelt, is het zich in natura laten uitbetalen een alternatief. Zo liet een groot Nederlands bedrijf in Rusland geleverde kapitaalgoederen onlangs nog uitbetalen in benzine in plaats van geld, leert navraag bij de Economische Voorlichtingsdienst.
Recessietijd
Maar ruilhandel beperkt zich niet tot landen zonder robuuste munt. Sterker nog: alternatieven voor geld zijn de laatste decennia in welvarende landen behoorlijk in opkomst. En waarom ook niet? Wat rechtsgevolgen betreft, zijn er weinig haken en ogen. “Ruil is juridisch hetzelfde als koop”, leert de Rijdende Rechter van de NCRV.
Ondanks de nodige tegenwerking van banken en overheden duiken steeds nieuwe vormen van ruilhandel op. Zo zijn er in ieder geval vanaf begin vorige eeuw organisaties actief die handel mogelijk maken met een ruileenheid anders dan geld. Ruilhandel heeft zich bijvoorbeeld bewezen in de recessiejaren dertig. In sommige armoedige streken bleken ruilsystemen uitstekend te werken. Zo bracht burgemeester Michael Unterguggenberger in 1932 en 1933 het Wonder van Wörgl tot stand. Onder het motto ‘Het moet toch kunnen’, zette hij in dit door werkloosheid geteisterde Oostenrijkse dorp een succesvol ruilhandelsysteem op dat spoedig werd verboden door de nationale bank.
Veel organisaties zijn dit beroemde voorbeeld gevolgd, ook buiten recessietijd. In de jaren zeventig en tachtig ontstonden honderden lokale ruilsystemen. Bekend geworden zijn met name die met een idealistisch tintje, vaak aangeduid als LETS (Local Exchange and Trade System). Zo bestaat nog steeds het systeem van Noppes in Amsterdam. Verscheidene particulieren wisselen met elkaar diensten uit zoals massages en klussen via een waardering in eigen eenheden, de noppes.

Een instituut
Zulk lokaal idealisme is leuk en aardig, bij het ondernemen gelden harde economische wetten, zult u zeggen. Trek echter niet te snel de conclusie dat ruilhandel niets voor u is. Er zijn namelijk speciale business-to-business ruilsystemen, via welke met name mkb’ers handel drijven. De eerste in zijn soort was de Zwitserse WIR Wirtschaftsring-Genossenschaft anno 1934. Deze organisatie liet middenstanders ruilen. Inmiddels is deze WIR een instituut. Zestigduizend ondernemers – liefst één op de vijf mkb-bedrijven in Zwitserland – zijn bij deze ruilhandelsbank aangesloten. Het ruilen door ondernemers binnen een bepaald circuit staat bekend onder de naam bartering. Laat u daarbij niet in verwarring brengen door het (foutieve) gebruik dat mediajongens van deze term maken. Zij bedoelen met bartering doorgaans sponsoring via andere middelen dan geld, dus door het leveren van goederen of diensten. Met name in de televisiewereld is de term in zwang. Kleding- en biermerken ‘barteren’ hun producten aan programmamakers, in ruil voor publiciteit.

Professioneel
Bij bartering in de oorspronkelijke betekenis gaat het om echte ruilhandel, waarbij wederzijds goederen en diensten worden uitgewisseld. Vaak gebeurt dat door verscheidene partijen binnen een circuit waar een alternatieve ruileenheid in omloop is. Dat kan voordelen bieden zoals de mogelijkheid tot benutten van overcapaciteit, het verkopen van onverkochte voorraden en het aanboren van een nieuw relatienetwerk.
Commerciële barterbedrijven richten complete systemen in. Ze bieden aan leden, meestal mkb’ers, de infrastructuur om onderling goederen en diensten te ruilen. De barterbedrijven vangen abonnementsgeld en meestal ook commissie per ruilovereenkomst. U begrijpt dat de systemen die nodig zijn om efficiënt te barteren behoorlijk ingenieus moeten zijn. De manier van werken van barterbedrijven lijkt op die van de banken. Het wekt dan ook weinig verbazing dat ruilsystemen pas in de jaren tachtig echt tot volle bloei zijn gekomen. Intelligente software is een smeerolie gebleken. Voor een efficiënt systeem van bartering is namelijk geavanceerde gegevensverwerking nodig. De ruilhandelssystemen groeien helemaal als kool nu internet het koppelen van vraag en aanbod simpeler heeft gemaakt. In Nederland is dat besef nog niet echt doorgedrongen. Hoewel in ons land al geruime tijd een barterbedrijf actief is, namelijk Bartering bv in Heusden, weten ze bij De Nederlandsche Bank (DNB) niet van de hoed en de rand. “Wij kennen de systemen niet. Ze staan niet bij ons onder toezicht”, is alles wat woordvoerder Lindy Morren van DNB weet te achterhalen.

Red Tiger
Toch zal het niet lang meer duren voor het barteren inburgert, zeker omdat het steeds minder een lokale bezigheid wordt. De barterbedrijven zien hun ledenaantallen mede door de mogelijkheden van internet fors groeien. Dat verkondigt tenminste de International Reciprocal Trade Association (IRTA), de wereldwijde brancheclub van barterbedrijven. Als we deze instantie mogen geloven, zijn via georganiseerde systemen verruilde goederen tegenwoordig goed voor miljarden dollars aan verhandelde waarde per jaar. De IRTA durft de stelling aan dat over tien jaar in Noord-Amerika vijftien procent van de mkb-bedrijven aan georganiseerde ruilhandel meedoet. “Ik verwacht dat deze branche nog vijf tot zes keer zo groot wordt”, zegt directeur Robin Maini van IRTA in de Seattle Times. Het mag een boude bewering zijn, feit is wel dat via internet steeds vaker gewag wordt gemaakt van nieuwsgierige ruildeals, waarbij auto’s, vastgoed en complete bedrijfsfeesten als ruilobject over de toonbank vliegen. Als we barterbedrijf Tradewell mogen geloven ‘betaalde’ parfumier Gucci zeven miljoen gulden advertentieruimte door middel van een ruilovereenkomst met Tradewell. Ander voorbeeld? Op www.bartermarketing.com biedt een Oostenrijkse onderneming zeven containers met 144.000 kwartliterblikjes energiedrank aan. Het gaat om het drankje Red Tiger dat schaamteloos lijkt gekopieerd van marktleider Red Bull. Het spul kan volgens de site worden verkocht in alle landen behalve Duitsland, Polen en Hongarije.

Exclusiviteit
Het enige commerciële Nederlandse barterbedrijf Bartering bv in Heusden (zie kader ‘Nieuwe relaties, extra omzet als het u uitkomt’) lijkt een wat vreemde eend in de bijt. Anders dan bijvoorbeeld het Belgische barterbedrijf RES is Bartering bv niet aangesloten bij de IRTA, noch bij Euro Barter Business. Het bedrijf vaart een eigen koers. Het wordt in de toekomst misschien zelfs uitgebreid met een vestiging in België.
Directeur Dick van Straaten wil wel groeien, maar niet ongebreideld. “De kracht van een bartersysteem zit vooral in de exclusiviteit. Als iedereen kan meedoen is het niet meer interessant.” Zich aansluiten bij de huidige overkoepelende organisaties ziet hij niet zitten. “Die IRTA vraagt 30.000 dollar voor een congres. Wat heb ik daaraan? En als het om de euro gaat: ik ga Europa zelf wel in.” Dat het Nederlandse bedrijf niet stilstaat is goed te zien op de site www.bartering.nl, waar alle informatie over Bartering bv helder staat gepresenteerd.

Idealisme
Bartering bv heeft in Nederland voorlopig geen serieuze concurrenten. Het enige andere barteringsysteem toegankelijk voor bedrijven is een met Europese subsidie opgezet systeem van de stichting Strohalm, die ook achter Noppes zit. Ongeveer 75 kleine bedrijven in Amsterdam en directe omgeving ruilen binnen het Amstelnet. Tot op heden zijn er ongeveer 150 transacties geweest.
Bij dit systeem is idealisme de drijfveer, als het goed is. Het streven is volgens de initiatiefnemers een renteloze handel tussen kleine maatschappelijk ‘verantwoord ondernemende’ bedrijven in de regio Amsterdam. Leden betalen geen abonnementsgeld of commissie. Medewerker Ton van Burgsteden van Amstelnet: “Wij zijn in 1998 begonnen. De 75 leden ruilen goederen en diensten via een rekening van Amstelneteenheden.” Van Burgsteden verwacht veel van een nationaal ruilnetwerk dat in ontwikkeling is bij de stichting Strohalm. Het gaat om een renteloos Liquid Capital Circuit (LCC). Daarmee wordt een revolutionair systeem bedoeld waarbij het mogelijk is ook buiten het systeem te handelen. Volgens inhoudelijk coördinator Camilo Ramada zijn de plannen voor een Nederlands LCC in een vergevorderd stadium. “Het gaat ons erom de rente uit de economische dynamiek te halen, via vermogensgedekte eenheden. Het verschil met een cyclus met rentedragend geld is dat het vijftien tot veertig procent goedkoper is.” Of het hier gaat om luchtfietserij of een kansrijk plan, moet nog blijken.

Dick van Straaten, Bartering 

‘Nieuwe relaties, extra omzet als het uitkomt’
“Het moet gaan om nieuwe relaties, extra omzet op het moment dat het u uitkomt.” Dick van Straaten herhaalt deze slagzin vier keer. Hij wil dat punt hoe dan ook maken. Het is namelijk de kern waar alles in zijn ruilsysteem om draait. Van Straaten is directeur-eigenaar van Bartering bv in Heusden, het enige officiële barterbedrijf van Nederland. Hij is ook de man geweest achter de introductie van de pinautomaat in Nederland. Die ervaring in de bankwereld komt hem nu nog steeds van pas.
Bij zijn ruilonderneming, gevestigd in een prachtig monumentaal pand in Heusden (“Was een koopje”), behangen met kwaliteitsschilderijen (“Van galerie Donkersloot, ruilt ook bij ons”) zijn duizenden bedrijven uit zo’n 250 branches aangesloten. Van de diensten van een notaris tot het leggen van vloeren, alles kan binnen het systeem worden geruild.
U kunt bij dit barterbedrijf terecht voor een krediet, een hypotheek, maar ook voor een afdekking persoonlijke borgtocht, niet in geld maar in Bartereenheden. Wie bij Bartering ruilt, dient speciale cheques te schrijven en die vervolgens naar Heusden te sturen. Als zijn ruilsysteem wordt vergeleken met een bank, zegt Van Straaten: “Wij zijn een bank die veel meer doet.” Hij bedoelt daarmee dat zijn bedrijf zich inspant om de ruillustigen van het systeem bij elkaar te brengen. Bemiddelaars, rayonmanagers, zoeken binnen het systeem naar nieuwe relaties die elkaar liefst nog niet kennen. Die gerichte bemiddeling is een bewuste strategie. Van Straaten heeft leren relativeren. In de ruim zestien jaar dat hij de directie bij Bartering voert, zag hij concurrenten komen en failliet gaan. En ook Bartering bv kende pieken en dalen. “Er kwamen aanvankelijk veel mensen op af, zeker nadat het barteren uitgebreid in de publiciteit was gekomen. Wij hebben zelfs in een blootblad gestaan”, zegt Van Straaten. Van de vele leden die zich hadden aangemeld, haakte een aanzienlijk deel echter weer af. “In het begin maakten leden misbruik van het systeem. Ze vielen elkaar lastig,” vertelt Van Straaten.
Bartering werkte destijds, zoals nog steeds veel barterbedrijven, met lange lijsten van deelnemers. Dat stelde leden in de gelegenheid elkaar ook zonder tussenkomst van de organisatie te benaderen. Dat was direct ook de makke van het systeem. Zo leverde het niet de voordelen op die ruilhandel interessant kan maken: extra omzet op een tijd dat het u uitkomt.
Van Straaten besloot zijn oude aanpak volledig overboord te gooien. Hij tuigde een nieuw systeem op, waarbij nadruk ligt op het bij elkaar brengen van ruilers via telefoon, e-mail, internet en een faxmailingssysteem. De belangrijkste activiteit van de 19 medewerkers van Bartering is dan ook het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Om alle wederzijdse transacties in kaart te brengen maakt het bedrijf gebruik van een geavanceerd zelf ontwikkeld computerprogramma.
Meedoen aan het systeem is niet gratis. Om bij Bartering te ruilen, moet een lid een jaarlijks abonnement betalen. Een middenstander betaalt een bijdrage van 595 gulden (exclusief btw). Ondernemingen tussen één en vijf medewerkers betalen 795 gulden. Tussen 26 en 50 medewerkers komt de bijdrage op 1.195 gulden. En tussen de 101 en 200 medewerkers is het lidmaatschapsgeld 1.895 gulden. Daarnaast betaalt de verkoper voor elke geslaagde bartertransactie een commissie van twee tot 8,5 procent, afhankelijk van de grootte van de transactie.
Van Straaten: “Wij zijn in vergelijking met andere bartersystemen niet duur. Als het aantal leden groeit, zullen we de tarieven verlagen.” Op het ogenblik zijn 3.400 leden aangesloten bij het Heusdense ruilsysteem. Dat ledental zal zich volgens Van Straaten nog uitbreiden. Hij rekent op een verdrievoudiging in de komende jaren. Dat heeft alles te maken met de nieuwe manier van werken, de internetsite en een reclamecampagne. De stelregel bij het handelen bij Bartering is volgens Van Straaten “niets zwart, niets grijs, niets frauduleus”. Om daar invloed op uit te oefenen vraagt Bartering van de leden bij elke cheque een factuur. “Zelfs de fiscus is lid geweest. Die kreeg na een derdenbeslag de beschikking over 100.000 bartereenheden. Ze wilden die opeisen in guldens.” Maar daar stak de rechter een stokje voor. “Toen hebben ze de bartereenheden bij ons uitgegeven.”

Barteren en fiscus

En de belastingen, hoe gaat het daarmee? Weinig anders dan in het gebruikelijke handelsverkeer. Bedrijven betalen altijd belasting over barterinkomsten (een eenheid = een gulden). De btw-tarieven zijn identiek. In uw boekhouding moet u het onderscheid wel aangeven. Particulieren mogen van de fiscus in LETS-systemen tot 3.000 gulden per jaar belastingvrij barteren, zolang het gaat om vriendendiensten.

 

Ruilhandel in Nederland Volkskrant
26 augustus 2000


Ruilhandel tussen bedrijven verkeert in Nederland nog in een pril stadium, zeker vergeleken bij de Verenigde Staten. ‘Maar wij doen het in Nederland wel een stuk fraaier’, zegt D. van Straaten.


De oprichter en directeur van Nederlands eerste ruilhandelsbedrijf Bartering heeft maar weinig op met ruilhandel via internet. Bartering heeft wel een website maar daar staat alleen wat te verkopen producten op. Het is niet de bedoeling dat de Barteringleden via het web onderling transacties gaan sluiten. ‘Wij laten onze klanten niet aan hun lot over, maar zijn actief getrokken bij iedere transactie.’ Zo weet Van Straaten zeker dat de ruil altijd een succes wordt en leden elkaar niet lastig vallen als het hen niet goed uitkomt.Bartering heeft nu 3400 leden. Van Straaten hoopt dit jaar met zijn 16 mensen personeel een omzet van 60 miljoen gulden te draaien. Wereldwijde ambities heeft het ruilhandelsbedrijf uit Heusden niet. Van Straaten: ‘Als ik 30 duizend leden heb dan zit ik al aan een omzet van een miljard. Nederland is voor ons groot genoeg.’

Voor Van Straaten heeft ruilhandel niets met ideologie te maken, net als voor de meeste Amerikanen. ‘Bartering is puur een manier om extra omzet te creŰren’, aldus de Nederlandse ruilhandelpionier.

Toch is er in Nederland ook ideologische ruilhandel. Bekend zijn de netwerken voor particulieren, de zogenaamde Local Exchange Trading Systems oftewel Lets. Deze ruilkringen zijn verspreid over heel Nederland. Amsterdam ruilt met Noppes, Utrecht met Sterren en Nijmegen doet in Zonnetjes. De handel in ruilkringen blijft voornamelijk beperkt tot het ontstoppen van de gootsteen en zelfgebakken taarten. Zulke vriendendiensten ziet de fiscus door de vingers. Over zakelijke ruilhandel moet wel gewoon belasting worden betaald.

In Amsterdam heeft de Noppes-club enkele jaren geleden in samenwerking met de milieu-groep Actie Strohalm wel een poging gedaan om een ruilhandelnetwerk voor bedrijven op te zetten. Dit Amstelnet telt momenteel ongeveer 70 leden, maar leidt in feite een slapend bestaan. Het netwerk is zo klein dat er weinig te handelen valt.

‘We hebben Amstelnet in slaap gedaan omdat we bezig zijn met het opzetten van een nieuw barter-systeem’, zegt directeur H. van Arkel van Actie Strohalm. Medio 2001 moet dit nieuwe ‘milieu-investeringsnetwerk’ het licht zien. In tegenstelling tot het netwerk van Van Straaten, is dit bartersysteem ge´nspireerd op de Freigeldtheorie van Silvio Gesell. ‘We kijken goed naar wat de Zwitserse WIR doet en willen ook een lokaal economisch circuit opbouwen.’ Winst maken wil Actie Strohalm niet. ‘Met het geld dat de ruilhandel opbrengt gaan we milieuvriendelijke projecten financieren’, zegt Van Arkel. ‘Zonder rente te vragen, zeker.’

 

De wederopstanding van ruilhandel

Jij een printer, ik een hotelletje

19-03-2009 | Intermediar tekst Geert Dekker

bartering

I In de VS is barteren ­ ruilhandel ­ redelijk ingeburgerd in het bedrijfsleven. In Nederland nog niet. ‘Dit is niet voor impulsieve mensen.’

Zo rond het Paasweekend, dan komt er weer een mooie gelegenheid, heeft Cees van der Horst al bedacht. De eigenaar van het gelijknamige entertainmentbedrijf in Breda weet dat het dan druk wordt en dat zijn magazijn- en bezorgdienst volledig bezet zullen zijn. ‘Prima moment om een barter-aanbieding de deur uit te doen’, zegt hij. ‘De omzet die daar uitkomt, is omzet zonder extra kosten. Mijn mensen staan daar toch al de hele dag springkussens uit te geven, die doen er dan nog wel een paar springkussens, skelters of kostuums bij.’

De extra omzet komt binnen deels in geld en deels in ‘bartervaluta’. Die laatste zijn naar keuze bij andere gebruikers van het systeem te gebruiken.
Barteren is niet zomaar ruilhandel. Het is een spel dat je moet leren spelen, zegt Van der Horst. Hij doet het al twintig jaar. Sommige jaren ging het om ‘een substantieel deel’ van zijn omzet. Een paar jaar geledenkon hij bijvoorbeeld de aanleg van de airconditioning in zijn bedrijfsgebouwen financieren uit barter  opbrengsten

Barteren in crisistijd

Door de economische crisis krijgt het fenomeen nieuwe aandacht. Als geld en krediet schaars zijn, zou het zomaar een goed idee kunnen zijn voor diensten en producten te betalen met de eigen diensten en producten.

In de Verenigde Staten werpen van oudsher (de jaren zeventig) honderden bedrijfjes zich op als tussenpersoon annex handelsplatform voor barteraars. Prominente vertegenwoordigers van de branche (Itex, Joebarter.com) meldden onlangs meer leden en stijgende omzetten op hun ‘beurzen’. Volgens de International Reciprocal Trade Association (IRTA) ruilden Amerikaanse bedrijven vorig jaar voor 16 miljard dollar aan spullen met elkaar. Daarvan kwam 11 miljard op het conto van het midden- en kleinbedrijf, een stijging van ongeveer 10 procent ten opzichte van 2007.

Rijst ruilen voor olie

Landen kunnen ook barteren. Dat ze dat nu (weer) gaan doen, is overigens geen goed teken. Thailand verscheept rijst naar Iran, in ruil voor olie, zonder tussenkomst van banken. Maleisië levert palmolie aan Noord-Korea, Cuba en Rusland, in ruil voor meststoffen en landbouwmachines, schreef de Financial Times onlangs. Reden: door de crisis in de financiële sector is er geen handelsfinanciering meer te krijgen voor de riskantere transacties.

Zo krijgt barteren, of handel met gesloten beurzen, het imago van vluchthaven in slechte tijden. Werkt het zo ook in Nederland? Niet echt, zegt Therecia Venema, directeur van TradeXchange in Drachten, een van de twee barterplatforms die Nederland rijk is. ‘Als je op zoek bent naar geld, dan moet je dit niet doen’, zegt ze. ‘Als overlevingstactiek is het niet geschikt. Je moet toch voorfinancieren, geld beschikbaar hebben.’

Een extra verkoopkanaal

Het andere platform is Bartering in Den Bosch. Dat is al enkele tientallen jaren actief in Nederland en België, en sinds kort in Turkije. Volgens eigen opgave telt Bartering 3.200 leden in Nederland en België, maar die zijn zeker niet allemaal tegelijk actief. Rayonmanager Nieneke Combé sluit niet uit dat het nu drukker zal worden. ‘Toen het de afgelopen jaren zo goed ging met de horeca, nam de belangstelling uit die hoek wat af. Je kunt verwachten dat de behoefte nu weer toeneemt.’ Maar als noodsprong werkt het niet: ‘Een extra verkoopkanaal en een goede manier om nieuwe klanten te werven, dat zijn de belangrijkste voordelen van bartering.’

Zo gebruikt het Haarlemse bedrijf Dantuma het barteren ook. Het levert printers en andere producten rond documentautomatisering, en diensten zoals service en onderhoud. ‘Het is een leuke vorm van handel’, aldus commercieel directeur Ronald Stuvel. ‘Bijvoorbeeld als we nog een paar modellen hebben staan die uit de collectie gaan, die bieden we dan via dit kanaal aan. Vervolgens kunnen we wellicht een onderhoudscontract afsluiten, en dat gaat dan zonder barter.’

Betalen in ruilvaluta

Zonder tussenpersonen is bartering nauwelijks te doen. Een jamfabriek zal misschien juridisch advies willen ruilen voor het eigen product, maar wat moet een advocatenkantoor met een pallet jampotten? Daarom werken de platforms met ruilvaluta, BarterEuro’s (Bartering) of Trade Euro’s (TradeXchange) genoemd. Veel transacties gaan deels in euro’s en deels in ruilvaluta. Die hebben dezelfde waarde als een euro, en het barterbedrijf houdt de saldi van de deelnemers bij.

Je verkoopt bijvoorbeeld meubels voor 2.000 euro plus 2.000 BarterEuro’s (fifty-fifty komt veel voor) en dan kun je voor die BarterEuro’s gaan neuzen in de aanbiedingen van aangesloten bedrijven.

‘Het klinkt makkelijker dan het is’, vindt Cees van der Horst, ‘je moet er echt mee leren omgaan. Het is niet voor impulsieve types, die als ze bedenken: ik wil een auto, dan meteen naar de showroom lopen. Dan betaal je de volle mep. Nee, je moet echt kunnen plannen: wanneer doe ik een aanbieding, wanneer koop ik zelf, hoe moet ik prijzen, hoeveel gewone euro’s vraag je? Het is geen eenvoudig spel. Maar als het lukt, dan betaal je veel minder voor de auto die je op het oog had.’

Ruilhandel bloeit als nooit tevoren door drs. P. van dor Tuin 
De Telegraaf 28-09-1985

HEUSDEN, Het verschijnsel bartering, in het Nederlands het beste te vertalen met meerhoeksruilhandel, begint aan te slaan. Vorig jaar had de eerste en enig overgebleven organisatie, Bartering BV in Ileusden, 100 deelnemers. Nu zijn het er al 400 en er komen in steeds sneller tempo bedrijven bij.

„Eind volgend jaar denken we 2000 of misschien wel 2500 deelnemers te hebben want de groei gaat nu echt snel,” aldus oprichter-directeur Dick van Straaten (39) van Bartering, die twee jaar geleden alleen begonnen is aan een houten bureau met een schrijfmachine. „Het bedrijfsleven raakt namelijk gewend aan het begrip bartering en hoe groter de club wordt, des te interessanter is het om je aan te sluiten. Het gaat hier dezelfde kant op als in Amerika, waar het al een miljardenbusiness is.”

De omzet op jaarbasis van Bartering is nu ongeveer ƒ 5 miljoen en het bedrijf rekent een provisie van 6% uitsluitend aan de verkoper. Toen de zaak van start ging was dat 7%, maar tussentijds is dat verlaagd omdat de omzet steeg. Deze provisie moet wel betaald worden in gewoon geld, voornamelijk om de salarissen van de werknemers te financieren. Het aantal werknemers is gegroeid tot acht en op niet al te lange termijn wordt een ander en groter pand in Heusden betrokken. Inmiddels is ook een aantal bedrijven met bekende namen toegetreden tot de barterorganisatie: Transavia, Volkswagen-importeur Pon, Wyers Woningtextiel, de Leidse Onderwijs Instellingen (LOI), Cemsto, Lundia, de Postiljon Motelketen, de groep Romantische Restaurants en Dongelmans handels en kredietinformatie. „Vooral het feit dat Dongelmans is toegetreden geeft anderen vertrouwen in de degelijkheid van onze organisatie,” zegt mededirecteur drs. Marcel Boerma (43). „We krijgen nu zelfs leden van de raad van bestuur van grote banken op bezoek die komen kijken wat we hier allemaal aan het doen zijn.”

Dick van Straaten en Marcel Boerma vinden dat ze in feite werken als een bank, zij het dat er nauwelijks geld aan te pas komt. Bedrijven, die bij Bartering aangesloten zijn, kopen van elkaar met ruileenheden, waarbij een ruileenheid precies gelijk is aan een gulden om het boekhouden gemakkelijk te maken en de fiscus niet argwanend. Het bedrijf dat verkoopt, krijgt een tegoed aan ruileenheden, wie koopt krijgt een schuld in ruileenheden. Bartering BV fungeert dan als een soort clearing-instituut, dat vorderingen en schulden tegen elkaar wegstreept. „Daarvoor hebben we een geheel geautomatiseerd rekeningensysteem opgezet, waarin 4500 uur werk is gaan zitten. De deelnemers betalen bv. met echte ruileenhedencheques en hebben een ruileenhedenpasje. Dat is ook de reden dat wij nog bestaan en een paar anderen, die ook met bartering bezig waren, al weer zijn opgehouden,” aldus Van Straaten, die o.a. automatiseringsexpert bij Borsumy Wehry is geweest. Boerma is een voormalig organisatie-adviseur. Een andere reden voor het succes is volgens hen het feit dat iedere deelnemer bij hen meteen een hoeveelheid ruileenheden krediet krijgt, zonder daarover rente te hoeven te betalen. Men kan dus meteen beginnen met kopen (ruilen) bij de andere deelnemers. Investeren wordt zo gemakkelijker. Wie daarentegen een tegoed heeft in ruileenheden, krijgt daarover eveneens geen rente en is dus geneigd dit tegoed zo snel mogelijk te besteden. „Zo creëren we extra armslag en omzet voor bedrijven en we scheppen meteen ook een marketinginstrument,” zegt drs. Boerma. „De ledenlijst is ideaal als adressenlijst voor mailingen.

Wie deelnemer is zal, als het even kan, een andere deelnemer zoeken als afnemer en leverancier. Daarom handhaven we een redelijke mate van exclusiviteit in onze organisatie, die we zien als een alternatief circuit. We hebben dan ook geen binding met welk financieel instituut dan ook, al zijn er wel banken in ons geïnteresseerd.” Nog een andere factor voor de versnelde groei is volgens Van Straaten dat banken tegenwoordig hun klanten naar Bartering sturen. „Zo krijgen die klanten extra omzet en worden ze dus betere debiteuren voor de banken. Ons circuit vult het bestaande geldcircuit daarom goed aan,” aldus besluit Van Straaten.

 

Geld speelt geen rol bij de ruilhandel van Van Straaten

  • Gepubliceerd op:
  • H. de Vries
  • Terdege

Bartering BV, een bank zonder biljetten

Handel drijven zonder geld. Het lijkt irreëel, maar voor Dick van Straaten is het inmiddels de gewoonste zaak van de wereld. Op 31 oktober 1983 stichtte hij in Heusden het eerste centrum voor ruilhandel in Nederland. Vol goede moed ging hij allerlei bedrijven langs om deze over te halen lid te worden van Bartering (Engels voor ruilhandel). In het begin leek het ploegen op rotsen. Toen kwam de doorbraak. Inmiddels zijn meer dan tweehonderd bedrijven aangesloten, waaronder bedrijven van naam. Dagelijks komen aanvragen om lidmaatschap binnen. De transacties nemen hand over hand toe. Het personeelsbestand van Bartering BV is uitgegroeid tot zeven man. Het pand in Heusden wordt te klein, zodat men uitkijkt naar een ander gebouw. Binnenkort wordt in Amsterdam een filiaal geopend. De eerste ruilhandelmaatschappij van Nederland groeit stormachtig.

“Op één van m”n zakenreizen naar Amerika kwam ik in aanraking met de ruilhandel””, vertelt Van Straaten.,,In Amerika is bartering al ingeburgerd. Ik heb zeventien jaar als automatiseringsspecialist bij Borsumij gewerkt, maar de ruilhandel liet me niet meer los. Ik vond dat ik deze stap moest maken, ondanks de risico”s die eraan verbonden waren. Het is wel gebleken dat in Nededand behoefte was aan een ruilhandelmaatschappij. Vanzelfsprekend heb ik veel voordeel gehad van mijn vroegere werkzaamheden, omdat ik me destijds vooral bezig hield met bankautomatisering. Die wetenschap heb ik volledig binnen Bartering toegepast.”

Ruileenheden
Als een bedrijf de wens te kennen geeft lid te worden van Bartering wordt bekeken of het hiervoor in aanmerking komt. ,, We accepteren nooit iemand zonder meer”, aldus Van Straaten. , ,Het belangrijkste is voor ons de moraliteit van de ondernemer. Dat weegt voor mij zwaarder dan een fors bedrijfskapitaal. Een bedrijf kan tenslotte het ene jaar nog rijk zijn en een volgend jaar straatarm.” Als de beoordeling door Bartering positief uitvalt kan de ondernemer lid worden. De kosten van het lidmaatschap bedragen 350 gulden, exclusief btw, per jaar. Daarnaast moet bij inschrijving een zelfde bedrag als tegoed worden gestort. Een gulden komt overeen meteenruileenheid, dus het nieuwe lid heeft een tegoed van 350 ruileenheden. Men wordt op de ledenlijst geplaatst en de ruilhandel met de overige leden kan beginnen. ,, Stelt u zich voor dat u lid bent en een auto wilt kopen” ”, legt Van Straaten enthousiast uit. ,,U kijkt op de ledenlijst en daarop vindt u de dichtsbijzijnde aangesloten autohandel met daarachter de contactpersoon en het telefoonnummer vermeld. U gaat onderhandelen over de aankoop, zoals u dat normaal ook zou doen. Als u het eens geworden bent voor een bepaald bedrag schrijft de verkoper op de factuur: Betaald in ruileenheden. U schrijft een cheque uit in ruileenheden en die cheque stuurt de verkoper ons toe. Wij debiteren en crediteren de ruileenhedenrekeningen en alles is in orde. U hebt nu een schuld maar die kan weer minder worden als andere leden iets bij u kopen. Bartering werkt dus net als een bank. Het enige verschil is dat er geen sprake is van geld, maar van rulleenheden. Met die ruileenheden kan de autohandelaar opzijn beurt weer inkopen doen bij de andere leden. Er is dus sprake van een meerhoeksruilhandel.

Eenvoudig
De leden kunnen ook overeenkomen dat een deel van het bedrag in geld en een deel in ruileenheden betaald zal worden. Alleen over het bedrag dat met ruileenheden voldaan wordt betaalt de verkoper aan Bartering een bemiddelingsprovisie van zeven procent exclusief btw. Het debiteurenrisico wordt overgenomen door Bartering. De leden ontvangen na de transactie binnen acht dagen een rekeningafschrift. De voordelen van dit systeem zijn volgens Van Straaten veelvuldig. „Het is minder kostbaar en werkt soepeler dan het geldcircuit”, concludeert de directeurvan Bartering. ,,Het geeft bedrijven bovendien meer armslag. Als een bedrijf bij een bank leent moet het binnen een bepaalde termijn aflossen en daarnaast rente betalen en voor omzet zorgen. Behalve de gewone omzet moet extra omzet gedraaid worden om de rente en aflossing te kunnen betalen. Dat laatste is voor veel bedrijven de grote moeilijkheid. Bij Bartering betaalt een ondernemer terug met extra omzet die wij hem leveren, doordat de leden bij hem gaan kopen. Normaal neemt bij aankoop de liquiditeit af. Nu blijft deze exact gelijk en de omzet neemt toe, omdat de ondernemer afbetaalt met extra omzet. Het is zo eenvoudig dat je je afvraagt: Hoe is het mogelijk dat we dit niet veel eerder hebben bedacht? In de politiek stelt men vaak dat de sterkere bedrijven de zwakkere moeten helpen, maar het blijft meestal bij praten. In dit systeem wordt het in praktijk gebracht. Een starter wordt door grote bedrijven geholpen, zonder aanzien des persoons.””

Evenwicht
,,Hetstartende bedrijf dat geen been heeft om op te staan, omdat hetgeen cent kan krijgen, kan met Bartering goed uit de voeten. Een starter moet van goeden huize komen om bij een bank geld te krijgen en je hebt geld nodig om in de positieve cirkel terecht te komen. Bij Bartering word je lid voor een bedrag van 350 gulden. Dat heeft iedereen nog wel. Als we de moraliteit van de nieuwe ondernemer goed vinden — en daar komen we snel achter- lenen we die persoon het bedrag dat hij nodig heeft om te beginnen. Hij verplicht zich om terug te betalen met levering aan willekeurige medeleden. Dat is de clou. Door lid te worden van Bartering heeft hij direct een klantenkring. Wij verzamelen en registreren de ter bemiddeling aangeboden goederen en diensten. Door actieve ledenwerving, adverteren en toezending van ledenlijsten proberen we de omzet van de leden zo veel mogelijk te bevorderen.” Verreweg het grootste deel van de ondernemers dat zich aansluit bij Bartering BV doet dit dan ook om nieuwe relaties te krijgen en de omzet te vergroten. Het is intussen een gemêleerd gezelschap geworden. De ledenlijst die Van Straaten toont vermeldt artsen, automobielbedrijven, psychologen, houthandelaren, aannemers, juristen, antiquairs, tapijtleveranciers, tekstschrijvers, restaurants en ga zo maar door. Van Straaten verwacht voor het eind van het jaar duizend leden op de lijst te hebben staan. De grens ligt, voor zover hij dit nu kan bezien, rond de tienduizend bedrijven. ,,Dan hebje een goede afspiegeling van het Nederlands bedrijfsleven”, meent Van Straaten. ,,Je moet een evenwicht vinden. Van elke sector moeten minimaal twee bedrijven vertegenwoordigd zijn, want als er geen concurrentie is komt de hebzucht snel boven en worden de prijzen opgeschroefd. Je moet ook niet te veel bedrijven van een soort hebben, omdat de omzet dan nauwelijks stijgt.”

Automatisering
Het spreekt voor zich dat de organisatie van een dergelijke ruilhandel een buitengewoon ingewikkelde aangelegenheid is. ,,Iemand die zonder de nodige kennis iets dergelijks op poten wil zetten krijgt gigantische moeilijkheden”, concludeert Van Straaten. ,,Automatiseer zoiets maar eens. Je kunt geen programma kopen. Ik heb jaren in de automatisering gezeten, maar het heeft me heel wat hoofdbrekens gekost. Ik verwacht overigens wel dat er meer Barterings komen. Dat vind ik geen enkel probleem, maar m”n knowhow geef ik vanzelfsprekend nooit uit handen. Die zit in de computer. Dat is mijn kapitaal.” Op de vraag of hij geen concurrent van het bankwezen is reageert Van Straaten ontkennend.,,De banken varen er ook wel bij. Een bedrijf dat meer armslag krijgt kan gemakkelijker zijn schulden aflossen. Wij zijn zuiver een aanvulling op het bankwezen.”

Meer informatie? Vraag hier aan!